Tot mijn beschikking heb ik een hok van ca. 8 m1. Deze is bedekt met pannen en de ventilatie gebeurt aan de voorzijde, via open ramen en spoetnik, waarbij het plafond is dicht getimmerd. De wanden zijn dubbelwandig, ongeisoleerd afgewerkt met triplex aan de binnenzijde en aan de buitenzijde met kunststof schroten.

De hokken staan helaas niet op eigen erf. Daarvoor dienen dus elke dag de nodige km’s te worden afgelegd.

Het systeem begint al in de winter, eind januari. Dan worden alle duiven gekoppeld. Dus zowel de kweek als vliegduiven. De 1e ronde van de kwekers wordt zoveel mogelijk overgelegd naar de vliegduiven. Waarbij de vliegers in principe maar 1 jong groot brengen. Op dat moment wordt dan nog steeds niets tegen het geel gegeven. Doordat de jaarlingen een jong groot brengen, worden ze m.i. ook bakvaster en “robuster”.  Terugkomend op de koppeldatum is de insteek dat bij aanvang van het vliegseizoen, de duiven ongehinderd  aan de vluchten beginnen. Daarbij kunnen de duiven dan vrij gespeeld worden, zonder  te moeten letten op neststanden. De duiven worden op een zodanig  tijdstip gescheiden dat ze niet opnieuw beginnen te leggen om daarmee te voorkomen dat ze pennen laten vallen. Dat gaat echter niet altijd op,  en reeds eind maar/begin april worden sporadisch de 1e slagpennen gevonden. Bij het scheiden zijn de jongen ca. 2 weken oud. Waarbij dan het jong bij de doffer blijft en de duivin naar het jongen hok gaat. Als het jong is gespeend, dan worden de bakken gesloten en worden er kapellen ervoor gehangen. Zowel bij de duivinnen als bij de doffers. Vanaf het schapje worden ze ingespeeld op de vitesse/midfond vluchten. Ze worden dan verplicht getraind met de vlag, ’s morgens 3 kwartier en ’s avonds 1 uur,  en dat geduurende het hele seizoen. Daarnaast gaan ze in principe alleen mee met vluchten met 1 nacht mand. Ca. 2,5 week voor de 1e overnachtvlucht worden de kapelletjes verwijdert en vindt er een medische controle plaats. A.d.h.v. de uitkomst wordt er wel/niet opgetreden. Het herkoppelen wordt op een zodanig tijdstip gedaan dat op de 1e fondwedstrijd, meestal brive,  de duiven die daarvoor voorbestemd zijn op ca. 10 dagen broeden kunnen worden ingekorfd. En een aantal oudere vliegers op St. Vincent worden op kleine jongen kunnen  ingekorfd. Omdat er met de ruimte wordt gewoekerd, moeten alle vliegers tegelijk worden gekoppeld. Mijn voorkeur is echter gerichter te koppelen voor een vlucht  en liefst op een klein jong. Dus met verschillende koppel datums, echter is dit helaas niet mogelijk. Daarbij wordt geprobeerd zoveel mogelijk het hele koppel te spelen. Dit heeft een aantal praktische voordelen.

Per jaar heb ik ca. 20 kweekkoppels, 20 vliegkoppels en ca. 40 tot 50 jongen tot mijn beschikking en aangevuld met ca. 25 laatjes.

Het voer wordt afgenomen van de fa. Matador. Op basis van de verschillende mengelingen  is er een basis mengeling gemaakt, die hele vliegseizoen wordt gegeven. De basis mengeling bestaat uit een energierijke en eiwitrijke mengeling, aangevuld met snoepzaad en P40 korrel. Vooraf aan een overnacht vlucht, wordt de basis mengeling in de algemene voerbak gegeven  en een seperaat potje met vetrijk voer in het broedhok geplaatst. Dit wordt aangevuld met pinda’s, zonnepitten, hennep en snoepzaad. Het laatste  krijgen dan alleen de duiven die meegaan, net als het vetrijke voer.